Met zijn handen begint hij het glas op te pakken. Hij leegt de plastic boodschappentas en gooit er de stukken glas in. De wijn veegt hij op met het vieze laken. Daarna verdwijnt hij uit zicht. Ze hoort hem rommelen. In de badkamer. Lades en kasten open trekken in de keuken. Even later komt hij terug met een schone theedoek, een rol wattenschijfjes en een fles wodka. ‘Let me see your foot.’ Ze kijkt naar zijn vieze handen. Hij trekt zijn wenkbrauwen op. Aarzelend geeft ze hem haar voet. Met een in wodka gedrenkt watje maakt hij voorzichtig de wond schoon.‘It’s deep. Maybe you need stitches.’
‘No.’
‘I’ll try to stop the bleeding. But I think you have to go to the hospital.’‘I said no.’
Hij bindt de theedoek stevig om haar voet en gaat naast haar op bed zitten.‘What is your first childhood memory?’
‘Why do you ask?’
‘I’ll tell you after you’ve told me.’
Ze denkt na. In een flits is ze in haar oude straat. Ze ziet de bomen. De rijtjeshuizen. Groene voordeuren. De zon schijnt. Ze heeft een nieuwe jurk aan. Roze. Haar lievelingskleur. Ze is jarig vandaag. Voor haar staat een roze Loekie. Met zijwieltjes. En een wit mandje. Van haar moeder gekregen. Vol bewondering kijkt ze naar de fiets. Als iemand haar zou vragen wat haar mooiste bezit zou zijn, dan zou het deze fiets zijn.
‘Toe maar, ga er maar op zitten’ moedigt haar moeder haar glimlachend aan.
Aarzelend gaat ze op de fiets zitten. Wat als ze nu viel? En de fiets kapot ging?
‘En nu trappen maar! Ik let er wel op dat je niet valt.’ Het was alsof haar moeder haar gedachten gelezen had. Zoals altijd.
Voorzichtig trapt ze de pedalen rond. Het was eigenlijk best makkelijk, fietsen. Ze trapt ze nog eens rond. En nog eens. En nog eens. Steeds sneller gaat ze. Opeens voelt ze de hand van haar moeder niet meer op haar schouder rusten. Ze kijkt achterom, om te kijken waar haar moeder gebleven is. Op hetzelfde moment eindigt de stoep en rijdt ze de straat op. Maar de stoeprand is te hoog en ze gaat te snel. Bam. De fiets klapt om, met haar erbij. Even blijft ze verdoofd liggen. Dan maakt een felle pijn zich van haar meester. Ze kijkt naar haar bloedende knie en arm. Ze begint te huilen. Op hetzelfde moment is haar moeder weer bij haar. Twee handen tillen haar onder de fiets vandaan.
‘Vic, kun je je arm en been nog bewegen? Kun je staan?’
Huilend knikt ze. Haar moeder zet haar overeind en veegt haar tranen weg. Kust haar, op haar voorhoofd. ‘Kom Vic, we gaan er thuis een mooie pleister op plakken.’
Aan de hand van haar moeder laat ze zich mee terug voeren naar huis.
‘En de fiets?’ vraagt ze met een klein stemmetje. Ze durft er niet naar te kijken.
‘Niets mee aan de hand. Een paar krasjes.’
Ze ziet de man staren naar de foto van haar moeder. Haar mond is ineens kurkdroog. Ze kan niets meer uitbrengen. Een tijdlang zegt hij ook niets. Ze laat hem. De herinnering heeft haar pijn gedaan. Alles wat mooi was, ging kapot. Raakte beschadigd. Het waren de littekens die bleven. ‘You know baby, your first childhood memory says something about who you are. That little girl you once were… You fell and your mother was there to help you up. You are still that girl.’
Opnieuw kijkt hij naar de foto. ‘Where is she, now?’
‘Dead.’
‘I see. What happened?’Ze schudt haar hoofd.
‘No.’
‘I’ll try to stop the bleeding. But I think you have to go to the hospital.’‘I said no.’
Hij bindt de theedoek stevig om haar voet en gaat naast haar op bed zitten.‘What is your first childhood memory?’
‘Why do you ask?’
‘I’ll tell you after you’ve told me.’
Ze denkt na. In een flits is ze in haar oude straat. Ze ziet de bomen. De rijtjeshuizen. Groene voordeuren. De zon schijnt. Ze heeft een nieuwe jurk aan. Roze. Haar lievelingskleur. Ze is jarig vandaag. Voor haar staat een roze Loekie. Met zijwieltjes. En een wit mandje. Van haar moeder gekregen. Vol bewondering kijkt ze naar de fiets. Als iemand haar zou vragen wat haar mooiste bezit zou zijn, dan zou het deze fiets zijn.
‘Toe maar, ga er maar op zitten’ moedigt haar moeder haar glimlachend aan.
Aarzelend gaat ze op de fiets zitten. Wat als ze nu viel? En de fiets kapot ging?
‘En nu trappen maar! Ik let er wel op dat je niet valt.’ Het was alsof haar moeder haar gedachten gelezen had. Zoals altijd.
Voorzichtig trapt ze de pedalen rond. Het was eigenlijk best makkelijk, fietsen. Ze trapt ze nog eens rond. En nog eens. En nog eens. Steeds sneller gaat ze. Opeens voelt ze de hand van haar moeder niet meer op haar schouder rusten. Ze kijkt achterom, om te kijken waar haar moeder gebleven is. Op hetzelfde moment eindigt de stoep en rijdt ze de straat op. Maar de stoeprand is te hoog en ze gaat te snel. Bam. De fiets klapt om, met haar erbij. Even blijft ze verdoofd liggen. Dan maakt een felle pijn zich van haar meester. Ze kijkt naar haar bloedende knie en arm. Ze begint te huilen. Op hetzelfde moment is haar moeder weer bij haar. Twee handen tillen haar onder de fiets vandaan.
‘Vic, kun je je arm en been nog bewegen? Kun je staan?’
Huilend knikt ze. Haar moeder zet haar overeind en veegt haar tranen weg. Kust haar, op haar voorhoofd. ‘Kom Vic, we gaan er thuis een mooie pleister op plakken.’
Aan de hand van haar moeder laat ze zich mee terug voeren naar huis.
‘En de fiets?’ vraagt ze met een klein stemmetje. Ze durft er niet naar te kijken.
‘Niets mee aan de hand. Een paar krasjes.’
Ze ziet de man staren naar de foto van haar moeder. Haar mond is ineens kurkdroog. Ze kan niets meer uitbrengen. Een tijdlang zegt hij ook niets. Ze laat hem. De herinnering heeft haar pijn gedaan. Alles wat mooi was, ging kapot. Raakte beschadigd. Het waren de littekens die bleven. ‘You know baby, your first childhood memory says something about who you are. That little girl you once were… You fell and your mother was there to help you up. You are still that girl.’
Opnieuw kijkt hij naar de foto. ‘Where is she, now?’
‘Dead.’
‘I see. What happened?’Ze schudt haar hoofd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten